woensdag 15 december 2010

eind 2010: boulevard of broken dreams

Ik was, traditiegetrouw, wel bij de intocht van Sinterklaas. Eerde had ik dan mijn kind in de hand, de laatste jaren een videocamera. Tot zover is er niets mis mee en de te vullen gezette schoen mis ik al evenmin. Mij kinderen zijn 29, 28, 20 en 13 en toch maak ik elke keer weer pakjesavond mee. Waarom?
De kinderen van mijn aangetrouwde nichten - ik heb geen enkele notie, of dit familietechnisch wel kan, maar je begrijpt wat ik bedoel – zijn helemaal Klaasrijp, want tussen de drie en vijf of zo. Ik had andere jaren al wel moeite met het urenlange uitpakplezier, maar dit jaar was het nog gecompliceerder. Een nicht had haar dochter wijs gemaakt: De Sint bestaat niet. Voor de nicht een onvermijdelijke uitspraak, want ze kon het niet over haar hart verkrijgen haar dochter te moeten voorliegen. Alsof een leugentje om bestwil niet kan? Of zij daarmee het kind niet opzadelde met een groot moreel probleem. Want wat moest haar kind dan doen: andere kinderen voorliegen, of vertellen, dat Sint alleen maar van de firma list en bedrog is? De dochter van vijf nam het meest wijze besluit: ze gelooft gewoon, geen twijfel mogelijk. Nu ben ik wel benieuwd, wat er in 2011 met dit feest, de nicht en haar kind gaat gebeuren. Maar eerst ga ik weer met mijn camera naar de intocht, geloof ik.

Over geloven gesproken. Nadat het uitpakpapier met de kleinsten verdwenen was, werd het tijd voor de spelletjes. Meestal van die kennisquizjes uit een doosje, maar dit jaar geen het anders: met stellingen, die waar of niet waar zijn. Ze proberen je het achterste van je tong te laten zien. Dat is ook maar het beste ook, omdat het anders bol van de oppervlakkigheid blijft. Het gevaar bestaat, dat we dan eindigen in een gesprek over het geloof. Voor de hele familie een prettig onderwerp, waar ik ongelooflijk veel moeite mee heb. Dit jaar was het weer raak en ik voor 2011 al één voornemen gemaakt: ik doe er niet meer aan mee, want ik kan het niet meer aanzien, dat mensen zichzelf zo voor de gek kunnen houden. Het goede danken we de heer, het slechte veroorzaken we zelf. Geloof jij het, ik niet.

Nee, dan heb ik meer last van mijn eigen broer. Niet, dat hij gelooft. Nou ja voor de Heilige Communieshow dan even, maar verder niet. Mijn broer is het verhaal van de verwachtingen. Heb jij niet gezegd: “als je niets van een ander verwacht, kun je ook niet teleurgesteld worden”. Ik ben nu geneigd te zeggen, dat als je teveel van iemand verwacht, je dan zeker teleurgesteld zult worden. Ik kon de verwachtingen, die mijn broer van mij had niet waarmaken en daarom heeft hij de band verbroken

Deze triggering lijkt de boulevard of broken dreams wel: de sint, mijn nicht, de familie en mijn broer. (E).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten